Ik mocht recentelijk een gesprek faciliteren tussen 3 studenten (een groep van 19 representerend), en hun studieleider. De studenten voelden zich niet gezien, niet serieus genomen. Het gesprek daarover leek steeds onmogelijk. Het rommelde in de groep. Het woord Onveilig was gevallen. Op zijn minst was er boosheid, frustratie, verdriet. In een morsig lokaal zaten we om tafels besmeurd met verf. De stoelen kraakten. De zon scheen door de hoge ramen. We gaven het gesprek vorm op dat er geluisterd kon worden - in alle rust; niet direct reageren, alleen luisteren. We lieten stiltes vallen.
De studieleider erkende de studenten in hun gevoel. Ze gaf aan onder druk te staan, veel stress te ervaren. Ze was bovendien dankbaar dat de studenten haar op deze manier wezen op het gevolg van de druk en de stress; een gevolg dat ze absoluut niet wilde. Er viel opnieuw een stilte. De erkenning hielp, de sfeer verzachtte. Toch leek de lucht nog niet helemaal geklaard. Ik vroeg de studieleider iets te vertellen over de druk. Ze schetste spanningsvelden, nam ons mee in hoe ze heen en weer beweegt tussen visie en passie enerzijds en de hectische dagelijkse praktijk anderzijds. Ze schetste de context van het studieleiderschap, in de organisatie, in de huidige tijd. We zagen haar strijden voor het bestaan van de opleiding. Even werd ze emotioneel. Ze vertelde verder. Toen viel er een lange stilte. De felle winterzon tekende nieuwe strepen over de verfresten op de tafels. De studenten knikten. 'Dank je wel', zeiden ze. 'Voor wat je doet. En voor het delen. Het helpt begrijpen wat er is gebeurd.' Maar er kwam meer. ‘We willen graag weten wat er speelt - waar deelbaar’. En: ‘We denken graag mee. De opleiding is ook van ons...’. De studieleider glimlachte en knikte. Voorzichtig betraden ze de ineens gemeenschappelijke grond. We spraken af in een vervolggesprek concreet te worden: wat is er nodig om de relatie voor iedereen weer productief te maken? De eerste ideeën daarover kwamen als vanzelf; er was weer stroming en ruimte voor initiatief. Een dag later sprak ik de studieleider opnieuw. 'Het is alsof ik op wolken loop' zei ze. 'Ik ben vandaag ook heel aardig tegen iedereen.' Ze lachte en dacht even na. 'Ik voelde me gewoon even gedragen gisteren'. Delen is een wederkerig proces, dat moed vraagt. Moed om te zeggen wat je dwarszit, waar je last van hebt. Maar ook moed om je kwetsbaarheden, je zorgen en je lasten op tafel te leggen. Door de verbinding die daardoor ontstaat kunnen lasten herverdeeld worden en kan iedereen weer eigenaar worden van het stuk waar diegene ook daadwerkelijk eigenaar van is. En zo dragen we samen wat er te dragen is. En samen dragen we elkaar. Opmerkingen zijn gesloten.
|
De Kleine Professorschrijft over de groei van cliënten, studenten én zichzelf.
Laat je e-mailadres achter en ontvang een mail als er een verse blog is!
Archieven
December 2023
Categorieën
Alles
|

RSS-feed